Rhönradturnen
Rhönradturnen komt oorspronkelijk uit Duitsland. Bij het rhönradturnen
zijn er drie verschillende onderdelen die je kunt turnen.
Rechtuit
Bij rechtuit rollen rol je op beide hoepels tegelijk. Je rolt in een baan en per baan gaat het rad maximaal twee keer volledig rond. Het rad komt in beweging door het verplaatsen van je gewicht. Er zijn verschillende onderdelen te turnen bij rechtuit, deze verschillen van niveau. De verschillende onderdelen worden met voeten vast, voeten los, in of op het rad geturnd.
Het onderdeel rechtuit heeft twee verschillende onderdelen.
Een verplichte oefening en een vrije oefening. Beide
onderdelen moeten geturnd worden.
De verplichte oefening verschilt van niveau.
Er zijn niveau's van L4 t/m L10. De L4 is het
laagste niveau en bestaat uit 4 rollen, de
L10 is het hoogste en bestaat uit 10 rollen.
De vrije oefening bestaat uit 8 rollen en een
uitsprong naar eigen keuze.Wanneer een turnster
bij de verplichte oefening de L10 doet is het verplicht
om de vrije oefening op muziek te turnen. Deze vrije
oefening moet dan minimaal 8 rollen bevatten.
Spiraal
Bij het spiralen rolt het rad als een omgevallen muntstuk op één
hoepel. Door middel van kracht en gewicht kun je het rad op de
juiste manier in een spiraal houden. Bij het spiralen is het
mogelijk om met voeten vast of los te rollen.
Sprong
Bij sprong brengt de turnster het rad in beweging, neemt een aanloop, springt op het rad en doet een afsprong. De sprong en afsprong zijn onderdelen naar eigen keuze.

